Document précédent Document suivant
Cliquez pour zoomer dans l’image
Procès-verbal d’arrestation de Roger Marceau Lozes pour outrage à l’armée, 3 août 1914. AdN 2 R 1346
Een patriottisme onder toezicht
Cliquez pour zoomer dans l’image
Lettre de Roger Lozes à Mme Richez, sa logeuse, 7 août 1914. AdN 2 R 1346
Een patriottisme onder toezicht
Cliquez pour zoomer dans l’image
Lettre de Roger Lozes au juge d’instruction, 10 août 1914. AdN 2 R 1346
Een patriottisme onder toezicht
Cliquez pour zoomer dans l’image
Lettre de Roger Lozes au « camarade » Loqueneux, 10 août 1914. AdN 2 R 1346
Een patriottisme onder toezicht
Cliquez pour zoomer dans l’image
Rapport sur l’affaire Roger Lozes inculpé d’association de malfaiteurs, injures, cris séditieux, et propagation de fausses nouvelles, 23 octobre 1914. AdN 2 R 1346
Een patriottisme onder toezicht

Roger Marceau Lozes

Geboren op 22 juni 1887 in Lavardac (Lot-et-Garonne)
Overleden op 6 juni 1970 in Le Kremlin-Bicêtre (Val-de-Marne)
Militaire dienst in de sectie Militaire Administratie-ambtenaren en -arbeiders

Roger Marceau, smid van beroep, verlaat Lavardac en trekt naar Bordeaux, waar hij inscheept op La Cordillère (boot van de maritieme koeriersdienst) die de verbinding maakt met La Plata (Argentinië). Hij doet er tussen 1911 en 1912 dienst als kolentremmer.
Tot in de lente van 1914 is het parcours dat hij aflegt onbekend. Eerst wordt hij aangeworven door de Compagnie van Courrières, vervolgens werkt hij in de brikettenfabriek van Somain en daarna wordt hij aangenomen als chauffeur van pletmachines in de hoogovenfabriek van Denain. Roger Marceau reist veel en verhuist vaak, ofwel omdat hij het werk niet leuk vindt, ofwel omdat hij moest vertrekken. 
Hij verklaart zichzelf een anarchist, zonder dat hij lid is van een groep. Hij sluit zich echter wel aan bij de mijnwerkersvakbond van Courrières en ontvangt het revolutionaire en liberale vakbondsjournaal Bataille syndicaliste, “officieus orgaan” van de Algemene arbeidsconfederatie.
Hij verdedigt zijn politieke opinies vrijwillig in openbare plaatsen, waardoor hij op 3 augustus 1914 in Somain wordt gearresteerd. Dat zijn dan ook zijn eerste strubbelingen met het gerecht. Tot dan toe was zijn strafblad blanco.
Hij wordt ervan beschuldigd lid te zijn van een misdadigersbende. Daarnaast wordt hij ook beschuldigd van beledigingen aan het leger en opstandige kreten. Hij wordt gevangengenomen in het huis van arrest in Douai. Vervolgens wordt hij gedetineerd in de gevangenis van La Santé in Parijs (september 1914) en daarna in de militaire gevangenis van Boulogne-sur-Mer (oktober 1914).
Aangezien het punt van tenlastelegging voor lidmaatschap van een misdadigersbende niet voldoende bewezen was, werd hij voor de krijgsraad gedaagd voor beledigingen aan het leger en opstandige kreten. Hij werd hiervoor veroordeeld tot 3 maanden gevangenis en 500 frank boete.
Hij sluit zich terug aan bij het korps op 25 februari 1915 en wordt gedetacheerd in de fabriek van Castelsarrasin. Na één jaar in het regiment van de veldartillerie wordt hij toegewezen aan het depot van metaalbewerkers in Toulouse en vervolgens aan de kruitfabriek van Toulouse en nog later in die van Lannemezan. Op 12 juli 1919 wordt hij uit de krijgsdienst ontslaan en ontvangt hij de Overwinningsmedaille.