General William Birdwood

William Birdwood wordt in 1865 in Indië geboren en loopt school aan het Clifton College van Bristol.
Nadat hij de cadettenschool van Sandhurst heeft doorlopen, gaat hij in dienst bij de infanterie van de Royal Scots en vervolgens bij een cavalerieregiment van het Indische leger; hij neemt zelfs deel aan de gevechten in de Noordwestelijke Grensprovincie, waar hij adjudant is van het regiment.
In 1896 wordt hij tot kapitein bevorderd en van 1899 tot 1902 is hij stafsecretaris van generaal Kitchener. Vervolgens krijgt hij de functie van Quartermaster-Generaal in Indië en in 1911 de graad van generaal. Van 1912 tot de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, is Birdwood secretaris van het Indian Army Departement en lid van de Wetgevende vergadering van de Gouverneur-Generaal.
In november 1914 wordt hem de opdracht toevertrouwd om met de Australische en Nieuw-Zeelandse troepen (ANZAC) een legerkorps te vormen en daarmee naar het Westfront te trek-ken. Op 14 mei 1915 raakt hij gewond en dus blijft hij ter plaatse. Velen zien de Dardanellen nog steeds als een campagne met een positief noch negatief resultaat, behalve dan tijdens een korte periode, namelijk tijdens de Slag bij Sari in augustus.
Birdwood staat vervolgens kort aan het hoofd van de Mediterranean Expeditionary Force, die belast is met het nieuwe Salonikifront. Op 28 oktober 1915 wordt hij tot luitenant-generaal benoemd. Op 19 november 1915 neemt hij het bevel over het Britse leger aan de Dardanellen en dat van het 1e ANZAC-korps, wanneer dit naar Frankrijk vertrekt.
Hij voert het gezag over het Noordelijke Commando in Indië, tot hij in 1925 tot maarschalk wordt gepromoveerd en opperbevelhebber wordt van het Britse leger in Indië, functie die hij bekleedt tot in 1930.
Hij sterft op 17 mei 1951 in Hampton Court Palace en wordt begraven op de begraafplaats van Twickenham, met krijgsmanseer. Zijn maarschalksstaf is tentoongesteld in de Australian War Memorial.
Hij werd door President Raymond Poincaré onderscheiden met het Legioen van Eer en het Oorlogskruis en tot de adelstand verheven om zijn bewezen diensten tijdens de oorlog.
Een plein in de Rue Nationale is naar hem genoemd.