1915, verzet en bezetting
Van de herfst van 1914 tot de herfst van 1918 snijdt de frontlijn het departement Nord in tweeën. De oorlog woedt in het gebied van Armentières tot La Bassée.
Soldaten van overal ter wereld ondervinden aan den lijve hoe afmattend en eentonig het leven in de loopgraven is tussen twee dodelijke offensieven in.
Achter het front organiseert het verzet zich. Voor de Duitsers zijn de bezette gebieden een rustzone, waar ze de militaire overheid, de officiële kranten, de militaire ziekenhuizen, enz. vestigen.
Bombardementen door de Geallieerden zijn zeldzaam en over het algemeen doelgericht, uit vrees de burgerbevolking te treffen.
Het verzet bundelt zijn krachten tegen de paraderende bezetter: inlichtingen over de defensievoorzieningen en de omvang van de troepen en het materiaal moeten doorgegeven worden; piloten die achter de linies zijn terechtgekomen, moeten gerepatrieerd worden.
De netwerken vallen één na één: het netwerk Alice, het comité-Jacquet, ... Vanaf het einde van 1915 neemt het aantal arrestaties toe.
Sommigen organiseren de ongehoorzaamheid en weigeren voor de bezetter te werken; anderen aanvaarden om het met de vijand op een akkoordje te gooien.
De Duitse bezetting was hard en wreed. Maar de oorlog wordt in de jaren twintig gevolgd door andere, niet minder conflictueuze bezettingen. Van de Sarre tot de Ruhr willen de Franse en Belgische troepen wraak nemen, maar ze stuiten op het soms gewelddadige verzet van de Duitse bevolking. In Ierland voeren de Britten een haast koloniale oorlog tegen een volk dat in opstand komt om zijn onafhankelijkheid te eisen.