Document précédent Document suivant
Cliquez pour zoomer dans l’image
Lettre du Colonel Pétain au sujet du soldat Salengro qui serait à l’origine d’une manifestation prévue à Lambersart le 24 mai, 23 mai 1913. AdN - M 154/232
Het antimilitarisme als reactie op een aangekondigde oorlog
Cliquez pour zoomer dans l’image
Affiche annonçant une manifestation en faveur de Roger Salengro à Lambersart, le 31 mai 1913. AdN - M 154/232
Het antimilitarisme als reactie op een aangekondigde oorlog
Cliquez pour zoomer dans l’image
Rapport du commissaire spécial au préfet du Nord au sujet de la manifestation organisée en faveur de Roger Salengro, 1er juin 1913. AdN - M 154/232
Het antimilitarisme als reactie op een aangekondigde oorlog
Cliquez pour zoomer dans l’image
Tract invitant la population à manifester en faveur de Roger Salengro à Lambersart, le 31 mai 1913. AdN - M 154/232
Het antimilitarisme als reactie op een aangekondigde oorlog

Roger Salengro

Geboren op 30 mei 1890 in Rijsel. Hij woont eerst in Duinkerken, studeert vervolgens aan het Faidherbe-lyceum en daarna aan de faculteit Letterkunde in Rijsel. Hij voert zijn militaire dienst uit vanaf 1912. Hij wordt ingeschreven in boekje B, omdat hij deelgenomen heeft aan een manifestatie tegen de driejarenwet.
Op 2 augustus 1914 wordt hij gearresteerd op bevel van de prefect van het Noorden. Hij wordt enkele weken gedetineerd alvorens hij kan terugkeren naar zijn eenheid. Hij vecht in Artois en Champagne. In 1915 wordt hij geëvacueerd omdat hij ziek is, maar hij krijgt gevonden dat hij op de voorste linie mag terugkeren.

Op 7 oktober 1915 vertrekt hij naar niemandsland op zoek naar het korps van een van zijn kameraden. Hij wordt gevangengenomen. Hij wordt geïnterneerd in Bavière en vervolgens in een disciplinekamp in Pruisen omdat hij zijn kameraden heeft aangezet om werk voor de Duitsers te weigeren.
Hij wordt verdacht van deserteren, maar op 20 januari 1916 wordt hij vrijgesproken door de krijgsraad.
Hij volgt Gustave Delory op aan het hoofd van het stadhuis van Rijsel in 1925. Daar zet hij de wederopbouw- en moderniseringswerken van de stad voort. Hij wordt verkozen tot afgevaardigde in 1928, 1932 en 1936. Hij wordt Minister van Binnenlandse Zaken in de regering van het Volksfront. Hij ontbindt de extreem rechtse liga’s en leidt de onderhandelingen die uitmonden in de Matignon-akkoorden.
Vervolgens wordt hij het slachtoffer van een venijnige perscampagne, die de verdenkingen van deserteren tijdens de Wereldoorlog doet heropleven. Hij wordt opnieuw onschuldig verklaard door een commissie die wordt voorgezeten door generaal Gamelin.
Omdat hij erg op de proef gesteld werd door zijn verbanning naar Duitsland en omdat hij te lijden had van een zenuwinzinking pleegt hij zelfmoord in de nacht van 17 op 18 november 1936.