Document précédent Document suivant
Cliquez pour zoomer dans l’image
Von Heinrich, gouverneur militaire de Lille, AdN - 15 Fi 1
Cliquez pour zoomer dans l’image
Vor der Kommandantur, Lille, AdN - 30 Fi guerre 14-18/189
Cliquez pour zoomer dans l’image
Liller Kriegszeitung, AdN - 30 Fi guerre 14-18/193
Cliquez pour zoomer dans l’image
Liller Kriegszeitung, AdN - 30 Fi guerre 14-18/194
Cliquez pour zoomer dans l’image
Liller Kriegszeitung, 6 novembre 1916, AdN - 74 J 74
Cliquez pour zoomer dans l’image
Lille, exhibition de prisonniers français, AdN - 15 Fi 874
Cliquez pour zoomer dans l’image
Lille, parade de soldats allemands, AdN - 15 Fi 889 bis
Cliquez pour zoomer dans l’image
Lille pendant l’occupation allemande – Les Allemands à la poste, AdN - 30 Fi guerre 14-18/146
Cliquez pour zoomer dans l’image
Lille, « Pass Zentrale » (laisser-passer), AdN - 15 Fi 871

Het Duitse bewind

In de bezette gebieden worden alle staatsmachten overgedragen aan het Duitse leger, met als hoogste gezag het Algemene Hoofdkwartier (eerst gevestigd in Luxemburg, daarna in Charleville en Spa met een commandopost in Avesnes). Naast elke generaal die het bevel voert over een legergroep staat een Etappen-inspecteur die de lakens uitdeelt over de burgerbevolking. De steden en dorpen staan onder controle van een Kommandantur, die meestal gevestigd is in de hoofdplaats van het kanton. Als deze dichtbij het front ligt, is het een Orstkommandantur. Ligt het verderaf, dan is het een Etappenkommandatur. Aan het hoofd van een Kommandantur staat een commandant (meestal een officier). Hij wordt bijgestaan door een Landwache of cultuurhoofd (die al snel de bijnaam “koeientong” krijgt van het volk), die wordt belast met de controle op landbouwbedrijven, en door een inspectiesergeant die huiszoekingen en vorderingen uitvoert. Bovendien beschikt elke commandant over personeel (6 à 8 personen). Eerst zijn dat soldaten, daarna worden ze vervangen door Duitse burgers. De Kommandanturen worden gevestigd in openbare gebouwen en huizen nadat de eigenaars er worden uitgezet. In Rijsel is er een generaal die de titel van gouverneur en adjunct-generaal krijgt. In Valenciennes of Saint-Amand is de commandant een kolonel die wordt bijgestaan door een kapitein. In Avesnes was er in 1917 een commandant-kolonel, een adjunct-luitenant, 21 onderofficiers en soldaten alsook diverse ambtenaren voor de hospitalen, de winkels of de economische comités. De politiediensten worden verzorgd door de gendarmerie. Elke Kommandantur beschikt over een post met een aantal gendarmes, onder leiding van een onderofficier. Ze zijn bevoegd voor het verkeer, helpen een handje bij vorderingen, gaan smokkelarij tegen en houden toezicht op de bevolking. In steden wordt de gendarmerie bijgestaan door de militaire politie, bestaande uit soldaten die zijn afgekeurd voor het front. Op het platteland wordt een hulpwacht ingeschakeld als veldwacht. Overtreders komen voor de politierechtbank of het Polizeiamt met een rechter, professionele ambtenaar, als voorzitter. Daar moeten de talrijke boetes voor overtredingen worden betaald.