-
Accueil
>
- 1917-1918, DE WEDEROPBOUW >
- Menselijke herbevolking >
- Immigratie
Immigratie
Met 192.802 vreemdelingen op zijn grondgebied, d.w.z. 10% van zijn bevolking, is Nord een van de departementen met het grootste percentage vreemdelingen. De Belgen vormen in 1926 de grootste groep van de buitenlanders (71%), maar hun aantallen gaan sinds 1911 in dalende lijn, wellicht omdat een groot deel onder hen zich laat naturaliseren.
Kort na de oorlog beslist het Comité central des Houillères de France ten gevolge van het tekort aan arbeidskrachten, om aan de Franse regering te vragen dat er een akkoord zou worden gesloten met Polen, om immigratie in de hand te werken. In 1921 zijn ze maar met 1.321, maar in 1926 vormen de Polen een compacte groep van 49.581 personen. Deze Polen zijn vooral gevestigd in de regio’s rond Valenciennes en Douai, waar ze soms de kern van de bevolking vormen. Zo telt Ostricourt in 1931 70% vreemdelingen, de meerderheid zijn Polen. Ze worden bijgestaan door de Mission catholique polonaise en vormen een vrij gesloten midden met “God en Vaderland” als waarden.
Een andere grote groep zijn de Italianen (9.747 personen), gevestigd in de Rijselse agglomeratie en de Sambervallei.