-
Accueil
>
- 1917-1918, DE WEDEROPBOUW >
- Menselijke herbevolking >
- Menselijke tol
Menselijke tol
De bevolkingsbalans van de Eerste Wereldoorlog is voor het departement Nord moeilijk vast te stellen. 54.184 soldaten die in het departement zijn geboren, zijn gesneuveld. In de depar-tementen Nord en Pas-de-Calais komen zowat 580.000 mensen van 40 verschillende nationaliteiten om, volgens de volkstelling die werd gehouden ter gelegenheid van de bouw van de Anneau de la mémoire (herinneringsring). Vervolgens moet rekening worden gehouden met de oversterfte in heel het departement.
Aan de hand van de tellingen kan de evolutie van de bevolking worden bestudeerd. Tussen 1911 en 1921 verliest het arrondissement Rijsel 79.100 inwoners, d.w.z. 9,24% van zijn bevolking; het departement verloor 173.900 inwoners, hetzij 8,86% van zijn bevolking. 31% van de gestorvenen in het departement was soldaat.
Dat de bevolking in aantal afneemt, kan worden toegeschreven aan de oversterfte bij de burgers, maar ook aan het geboortetekort en aan de volksverhuizing. Voor het departement Nord kan de oversterfte worden geraamd op 8.000 à 10.000 mensen per jaar, naargelang van de jaren, hetzij ongeveer 40.000 mensen voor heel de oorlog. Het geboortetekort is nog groter: in 1913 worden nog 40.000 geboortes geregistreerd, voor heel de oorlog slechts zo’n 10.000. Pas in 1920 zijn de cijfers weer vergelijkbaar met die van vóór de oorlog. In totaal vonden ongeveer 125.000 geboortes niet plaats.

D’après l’annuaire statistique régional, édition 1951, B.A. 8930
In de centrumsteden (zoals Rijsel, Roubaix en Tourcoing) daalt het aantal inwoners tijdens de Eerste Wereldoorlog, terwijl in de voorsteden (Lambersart, Haubourdin, Marcq-en-Baroeul) de bevolking stabiliseert en zelfs toeneemt. Van 1901 tot 1946 is de trend continu.
Évolution entre 1911 et 1921

D’après l’annuaire statistique régional, édition 1951, B.A. 8930