-
Accueil
>
- 1917-1918, DE WEDEROPBOUW >
- Wederopbouw van de politiek >
- Een revolutionaire staking?
Een revolutionaire staking?
Vanaf het einde van 1918 wordt in de fabrieken gestaakt voor loonsverhoging. In 1919 neemt het aantal stakingsdagen nog toe, ook op de bouwwerven. Er breken conflicten uit als soldaten of gevan¬genen worden ingezet op bouwwerven waar gedemobiliseerden aan de slag zouden kunnen gaan.
Op het einde van 1919 en in 1920 nemen de stakingen in omvang toe. In mei moet de algemene staking leiden tot een grondige omvorming van de maatschappij. De C.G.T. (Confédération Générale du Travail – vakcentrale) eist samen met de S.F.I.O. dat o.a. in de industrie wordt genationaliseerd. Vooral in de vervoersector wordt de stakingsoproep gevolgd: de Rijselse trams rijden niet, de stelplaats van de Rue Aubert is geblokkeerd, de elektrische centrale ligt stil. In Duinkerke verlammen de dokwerkers het laden en lossen van schepen. Dagelijks wordt er opgeroepen om te manifesteren en bijeenkomsten bij te wonen. Regelmatig weerklinkt de Internationale.
Toch dooft de beweging stilaan uit, ondermijnd als ze is door interne geschillen binnen de arbeidersorganisaties. In december 1920, tijdens het congres van Tours, valt de S.F.I.O. uit elkaar; de meerderheid creëert de S.F.I.C. (Section Française de l’Internationale Communiste). In juli 1921 nemen de aanhangers van het communisme en hun tegenstanders het tijdens het congres van de C.G.T. in Rijsel (ook met revolvers) tegen elkaar op.