-
Accueil
>
- 1916, de Duitse tijd >
- De kinderen >
- Kinderen en Duitsers in de bezette zone
Kinderen en Duitsers in de bezette zone
De verhoudingen tussen de kinderen en de Duitse bezetter zijn moeilijk te analyseren aangezien ze aan weerskanten op symbolische wijze worden overschat.
Voor de Fransen is het de gelegenheid om de perversiteit van de vijand aan te tonen. Zo ontstaan er legendes over vergiftigde snoepjes. De vrees om vergiftigd te worden via voeding is al eeuwenoud. Zo maakt Louis Blanc tijdens de cholera-epidemie van 1832 melding van het gerucht dat er vergiftigde suikerbonen en taarten worden verdeeld aan kleine meisjes. Het snoepje wordt ook genoemd als middel voor pedofielen om kinderen in de val te lokken. Vanaf 1914 waarschuwen ouders in de bezette zone hun kinderen voor de vergiftigde snoepjes die worden uitgedeeld door de Duitsers. De Duitser belichaamt steeds de duivel en zijn schuldig bederf.
Aan de andere kant probeert de Duitse propaganda aan te tonen dat Duitse soldaten goede huisvaders zijn en zorg dragen voor de kinderen in de bezette zone. Er worden foto’s gepubliceerd met Duitse soldaten die een kind op de arm hebben of een vriendelijk praatje met hen maken. Er worden analoge kiekjes gemaakt waarop te zien is dat de Britse soldaten ook bezorgd zijn om het lot van de kinderen in de zones waar ze verblijven in Frankrijk.
Het grote onderzoek dat na de oorlog werd gevoerd in de Academie van Rijsel stelt ons niet in staat conclusies te trekken. De pesterijen worden er uitvoerig en gedetailleerd in beschreven, terwijl de eerder vriendelijke verhoudingen slechts terloops en als een bijna onbewuste toegeving worden aangehaald. De context van de overwinning beïnvloedt de getuigenissen in negatieve zin.