-
Accueil
>
- 1916, de Duitse tijd >
- Gijzelingen, deportatie >
- Dwangarbeid
Dwangarbeid
Duitsland krijgt te maken met een tekort aan arbeidskrachten door de massale mobilisatie. 740.000 arbeiders worden vanaf eind 1914 teruggestuurd naar de fabrieken. De vrouwen en zelfs de kinderen worden gevorderd om deel te nemen aan de oorlogsvoering. De Duitse regering is ondanks alles genoodzaakt om een beroep te doen op de bevolking van de bezette gebieden. Eerst nemen ze hun toevlucht tot vrijwilligerswerk en werven ze burgerlijke arbeiders aan in ruil voor een loon met gratis verblijf en kleren.
Bij gebrek aan vrijwilligers stellen de Duitsers een lijst op van alle beschikbare mannen van 17 tot 55 jaar die worden beschouwd als oorlogsgevangenen en die via vordering worden gedwongen tot dwangarbeid. Ze worden gedwongen om een “vrijwilligers”-contract te ondertekenen. Diegene die dat weigeren, worden naar strafkampen gestuurd, waar ze een rode band krijgen.