-
Accueil
>
- 1916, de Duitse tijd >
- Hygiëne, gezondheid >
- Franse artsen en Duitse artsen
Franse artsen en Duitse artsen
De confrontatie tussen Duitse en Franse artsen in de bezette zone begon al voor de oorlog en zet zich verder na de oorlog. Er waren belangrijke personen bij betrokken, waaronder dokter Albert Calmette, die op dat ogenblik bestuurder is van het Pasteur-instituut van Rijsel en die vóór de oorlog samenwerkte met Robert Koch en het Institut für Infektions-Krankheiter Robert Koch van Berlijn. In 1914 krijgt hij bezoek van de algemene arts van het leger en van de directeur van het Berlijnse instituut.
De belangrijke sociale en politieke plaats die de artsen innamen aan de vooravond van de oorlog verklaart ook de macht die de organisatie van de geneeskunde in de belangrijkste door de Duitsers bezette stad uitoefent.
De verhoudingen tussen Duitse en Franse artsen zijn wisselvallig, gespannen tussen de militaire en de burgerlijke vereisten van de oorlog. Aan het onthaal wordt er voorrang gegeven aan de Duitse autoriteit en aan de verzorging van Duitse soldaten: de ziekenhuizen en het materiaal wordt opgeëist. In Valenciennes wordt het lyceum omgevormd tot militair hospitaal. Maar er moet ook gevochten worden tegen de veel voorkomende bedreigingen: geslachtsziektes, epidemieën, tyfus, ...
Albert Calmette en andere artsen worden gegijzeld en gedurende meerdere maanden gedeporteerd.
Omdat de artsen van Rijsel na de oorlog bang zijn om te worden beschouwd als vlijtige collaborateurs van de Duitse autoriteit, haasten ze zich om bij de Academie van de geneeskunde een schriftelijk protest op te stellen “tegen de barbaarse handelingen van de Duitsers”.