Document précédent Document suivant
Cliquez pour zoomer dans l’image
Traduction d’un carnet de route d’un soldat allemand, août-octobre 1914. AdN - 9 R 199
Cliquez pour zoomer dans l’image
Bonbons empoisonnés jetés par les aviateurs, rapport du commissaire de police de Malo-les-Bains, mai 1917. AdN - 9 R 910
Cliquez pour zoomer dans l’image
Bonbons empoisonnés jetés par les aviateurs, rapport du commissaire de police de Rosendaël, 2 mai 1917. AdN - 9 R 910
Cliquez pour zoomer dans l’image
Bonbons empoisonnés jetés par les aviateurs, rapport sur les bonbons empoisonnés, analyse chimique, 17 février 1917. AdN - 9 R 910
Cliquez pour zoomer dans l’image
Répertoire des crimes allemands dans le Nord envahi, 1918. AdN - 9 R 911
Cliquez pour zoomer dans l’image
Rapport sur les crimes allemands, renseignements complémentaires, 2 septembre 1918. ADN - 9 R 911
Cliquez pour zoomer dans l’image
Témoignage du maire de Maretz sur les crimes allemands, 6 août 1918. AdN - 9 R 911
Cliquez pour zoomer dans l’image
La mort héroïque d’Émile Despres, La culture française en 1914. AdN - Collection privée
Cliquez pour zoomer dans l’image
L’histoire d’Émile Despres, revue illustrée « Les Trois Couleurs », 21 janvier 1915

Voir le PDF complet sous ce lien : http://collections.citebd.org/lestroiscouleurs/revues_pdf/CIBDI_6067_1915_01_21.pdf

De gruweldaden van de Duitsers

Het Schlieffenplan voor de invasie van Frankrijk voorziet een snelle oorlog. Om te vermijden dat ze op twee fronten moesten strijden, in het Oosten en het Westen, moesten ze de oorlog in het Westen winnen alvorens het Russische leger echt aan de oorlog begon deel te nemen. Met het oog op deze noodzaak was de schending van de Belgische neutraliteit nodig, wat leidde tot deelname aan de oorlog van het Verenigd Koninkrijk.

België, dat krachtig werd verdedigd door indrukwekkende militaire werken, kon moedig weerstaan aan de invasie. Het Duitse aanvalsplan werd hierdoor aanzienlijk vertraagd, wat tegelijk een verhoogde militaire druk legde op de betrokken troepen en een ongecontroleerde angst met zich meebracht voor de burgerlijke bevolking.

De Duitse troepen, die slecht voorbereid en onderworpen waren aan eisen die moeilijk te voldoen waren, die overrompeld werden met geruchten over hinderlagen opgezet door burgers die achter het front waren gebleven, gaan over tot gruweldaden in België, vervolgens in Frankrijk, maar ook in Luik, Dinant en Leuven. De kwestie van de gruweldaden zorgt onmiddellijk voor discussie en leidt nog tijdens de oorlog en in de tussentijdse oorlogsperiode tot onderzoeken en tegenonderzoeken vanwege de oorlogvoerenden. De oorlog moet gerechtvaardigd worden. Zo roept de Duitse universitaire elite op tot oorlog in het Manifest van de drieënnegentig.

De Duitse gruweldaden, die vooral voorkwamen tijdens de eerste weken van de oorlog, onderhouden vervolgens de ongegronde geruchten van verminking van de slachtoffers, van giftige snoepjes die uitgedeeld worden aan kinderen of verspreid worden door piloten, …Deze dragen bij tot de radicalisering van de oorlog en de demonisering van de vijand.

De propaganda van de geallieerden maakt gewag van Duitse gruweldaden, echt of verzonnen, om een oorlogscultuur uit te werken.