-
Accueil
>
- 1914, het vreselijke jaar >
- De invasie >
- De verovering van Cambrai
De verovering van Cambrai
Georges Desjardin: hij is een van de gemeenteraadsleden die tijdens de oorlog van 14-18 op zijn post gebleven is. Van 1925 tot 1932 is hij burgemeester van Cambrai. Hij sterft tijdens zijn mandaat.
Zoals Valenciennes en Douai werd ook Cambrai verwoest op het einde van de XIXde eeuw. De vestingmuur was niet meer bestand tegen de moderne wapens. De torpedogranaat doorboorde de vestingmuur immers door en door. De regering en het leger hadden ervoor gekozen om een defensief systeem op te stellen dat gebaseerd was op forten die vooraan in de steden werden gebouwd.
Cambrai was dus een stad zonder vestingmuur. Einde augustus 1914 werden de krachtig verstevigde Belgische steden veroverd. Luik en vervolgens Brussel werden belegerd. Enkel Antwerpen was bestand tegen het Duitse leger.
Het Franse leger, dat naar België was gegaan, moest zich terugtrekken na de nederlaag in Charleroi op 23 augustus 1914, op het ogenblik dat het Britse expeditieleger, het B.E.F., gedwarsboomd werd in Charleroi.
De generaal Lanrezac beveelt de terugtrekking van het 5de leger naar Parijs. Zo behoudt hij de kansen op een winnende tegenaanval op de Marne, maar hij laat daarbij een deel van het Franse grondgebied in de steek.
Op 25 augustus bevinden de Duitse troepen zich in de voorsteden van Cambrai. De burgemeester van de stad, Nestor Copin, slaat op de vlucht. De generaal Roederer aarzelt en wordt dan gevangen genomen. De Duitsers belegeren de stad op 26 augustus.