-
Accueil
>
- 1914, het vreselijke jaar >
- De invasie >
- De verovering van Maubeuge
De verovering van Maubeuge
Aan de noordelijke grens maakt de vestingplaats van Maubeuge deel uit van de “Ceinture de fer” (eerste ijzeren gordijn) dat via Vauban werd opgebouwd in de XVIIde eeuw. Op het einde van de XIXde eeuw wordt het defensiesysteem vervolledigd door de bouw van forten aan de voorkant van het vestingwerk volgens het plan ontworpen door de generaal Séré de Rivière.
Toch blijft het defensiesysteem onvolledig en weinig modern, amper bestand tegen een krachtig bombardement.
De gouverneur van die plaats, generaal Joseph Fournier, die bezorgd was met de invasie van België en de mogelijkheid van een Duitse aanval, liet de opstelling vervolledigen door werken die gestart werden vanaf het begin van de maand augustus 1914.
Na de nederlaag in Charleroi en de terugtrekking van de Franse troepen onder bevel van de generaal Lanrezac blijft Maubeuge alleen achter in het Noorden van de frontlijn en wordt het al snel belegerd.
Het VIIde korps van het Duitse reserveleger, dat onder bevel stond van generaal Von Zwehl, plaatst zijn belegering voor de stad. Het bombardement begint op 29 augustus om 13 uur en stopt pas na de overgave.
Het verzet van de 40.000 manschappen, zowel reservisten als hulpkrachten, dat steunde op de forten, kon de Duitsers gedurende een tiental dagen tegenhouden en blokkeerde zo 60.000 Rijnlanders en Westfaalsen op het doorslaggevende ogenblik van de Slag bij de Marne.
Het garnizoen geeft zich op 8 september 1914 in eer over.