-
Accueil
>
- 1914, het vreselijke jaar >
- De invasie >
- De verovering van Rijsel
De verovering van Rijsel
In 1914 was de stad Rijsel nog omringd door een vestingmuur, die in de jaren 1860 werd gebouwd na de uitbreiding van de stad. Zulke verstevigingen waren onnuttig geworden door de uitvinding van de torpedogranaat, die de dikte van de muur doorboort. In 1912 wordt de vestingplaats gedeclasseerd, maar de vestingmuur blijft bestaan. In tegenstelling tot Maubeuge maakt de stad geen deel uit van het defensiesysteem dat bestaat uit een reeks van forten gebouwd in de omgeving. Op 1 augustus 1914 wordt de stad uitgeroepen tot open stad, dat wil zeggen dat ze niet verdedigd zal worden.
De stad, die eerst in de steek gelaten wordt op bevel van de Generale Staf onder leiding van generaal Percin, wordt uiteindelijk verdedigd door de kolonel de Pardieu die aan het hoofd staat van een territoriaal leger en een cavalerie. De missie is bijna onmogelijk.
Op 4 oktober beginnen de bombardementen op de stad; de Duitsers belegeren de plaats vanuit het Zuiden. Rijsel geeft zich over op 13 oktober 1914.
Voor de Duitsers was de verovering van Rijsel meer van symbolisch belang dan van economisch of militair belang. Het is tijdens de hele oorlog de voornaamste bezette stad. De Duitse postkaarten vormen propagandawerken, die blijk geven van de gedroomde oorlog: gedisciplineerde troepen, eerlijke gevechten van man tot man, bang gemaakte koloniale troepen, … Een betoog over de glorie van het leger bestemd voor de troepen achter het front.
Voor de stad betekende de verovering een trauma. Lang voor het einde van de oorlog maakte de verantwoordelijkheid voor deze nederlaag het voorwerp uit van een debat. De overheden van Rijsel willen de twijfel die op hen en de bevolking weegt, doen verdwijnen: neen, ze zijn niet zo laf geweest om te vragen Rijsel te verlaten, wat daarentegen wel in betwistbare omstandigheden werd gedaan door de generaal Percin.