Document précédent Document suivant
Cliquez pour zoomer dans l’image
La Grand-Place, le beffroi et l’hôtel de ville de Bailleul avant la guerre, 1905, AdN - 15 J 124/1
Cliquez pour zoomer dans l’image
Plan calque de la façade principale de l’hôtel de ville de Bailleul, juillet 1929, Fonds Cordonnier, AdN - 136 J 183 / 2

De wederopbouw van Bailleul

Vóór de oorlog stonden er in Bailleul nog enkele Vlaamse huizen uit de 15e eeuw en het stadhuis met belfort dateerde van diezelfde periode. De stad had het algemene uitzicht van heel wat andere steden van het departement: huizen met gevels aan de straatkant en puntgevels loodrecht op de straat, gebruik van uiteenlopende materialen maar geen echte architectonische eenheid. Net zoals in La Bassée worden met het wederopbouwplan de infrastructuren gemoderniseerd: er wordt riolering aangelegd, sommige straten worden verbreed, ... Verder wordt een veelomvattend programma gelanceerd voor gemeenschaps-voorzieningen: scholen, een college, een spaarkas, een postkantoor en een museum. Louis-Marie Cordonnier wordt belast met de wederopbouw van de stad, en van die van andere steden in de Leievallei overigens. Hij legt voor heel de stad de neo-Vlaamse stijl op. De gevels zijn van roze of okerkleurige baksteen en worden bekroond met een puntgevel. Ook de uithang- en straatnaamborden worden door de architect ontworpen. Het stadhuis en de St.-Vaastkerk zijn Cordonniers bravourestukken. Het stadhuis is hoger en breder dan het vorige. Net zoals een theaterdecor moet een stad het model zijn, een weliswaar zuiver kunstmatig en denkbeeldig model, maar één dat aansluit bij het nationalisme van Maurice Barrès, dat ook door de architect wordt verdedigd.