-
Accueil
>
- 1917-1918, DE WEDEROPBOUW >
- Reconstructie >
- De verbindingswegen
De verbindingswegen
Om de inwoners van Nord uit hun isolement te halen, het economische herstel te bewerk-stelligen en bouwmaterialen aan te voeren, moeten de verbindingswegen zo snel mogelijk worden hersteld. De hoofdassen zijn de prioriteit: de nationale en departementswegen, de grote spoorlijnen en de kanalen. Eerst worden voorlopige bruggen gebouwd, later definitieve. In 1923 is 7578 kilometer weg ten minste voorlopig heraangelegd en over 920 km spoorweg kunnen weer treinen rijden. Vanaf de zomer van 1919 varen er weer schepen over de kanalen. In 1920 gaan de laatste kanalen (Kanaal van Roubaix en van Lens en het Scheldekanaal) weer open. Ze werden uitgediep, maar ze behouden dezelfde breedte. De spoorwegstations worden pas laat weer opgebouwd; ondertussen blijven de tijdelijke barakken staan. Soms is de wederopbouw ook de aanleiding om het netwerk te moderniseren. Vóór de oorlog verliep al het goederen- en personenvervoer langs het station van Fives. De Compagnie du Nord beslist dan om al het goederenverkeer naar het westen van Rijsel te verschuiven, en richt in Lille-Délivrance, in de zone van het Moeras van Lomme, een nieuw station in. In het gebouw bevindt zich ook een gastenverblijf-hotel voor medewerkers op doorreis, een eetzaal en een woonwijk voor de spoorwegarbeiders, goed voor 825 woningen met tuin, stromend water, riolering, elektriciteit, scholen, een bioscoop en een sportveld, openbare baden en een medisch consultatiebureau. Ook in Valenciennes bouwt La Compagnie in 1921 een nieuwe woonwijk, mét stadium, naar het model van Raoul Dautry; elk huis is omringd door een tuin van 400 à 500 vierkante meter. Verder worden vanaf dan de overwegen vervangen door bruggen en tunnels.