-
Accueil
>
- 1917-1918, DE WEDEROPBOUW >
- Reconstructie >
- De wederopbouw van Cambrai
De wederopbouw van Cambrai
Het ontwerp voor de wederopbouw en verfraaiing van Cambrai wordt uitgewerkt door een commissie bestaande uit leden die niet in de gemeenteraad zetelen: architecten, ingenieurs, ondernemers, mandatarissen en kunstenaars. Architect Leprince-Ringuet moet de werken coördineren, maar voor specifieke werkzaamheden kunnen andere architecten worden inge-schakeld. Aangezien het volledige stadscentrum vernield is, wordt beslist om het anders aan te leggen: de kern wordt het stadhuis, waaraan de andere voor het stadsleven noodzakelijke diensten – rechtbank, kamer van koophandel, post, belastingkantoor – worden gelinkt, op een nieuw plein aan de achterkant van de Grote Markt. De handelsactiviteit wordt geconcentreerd op de Place d’Armes en in de straten vlakbij. Om te vermijden dat het stadscentrum verzadigd raakt, wordt een nieuw verkeersplan uitgewerkt, waarbij twee grote assen – noord-zuid en oost-west – elkaar kruisen op de Grote Markt. Er worden nieuwe wegen aangelegd en oude straten die te smal zijn, worden breder en rechter gemaakt. Er wordt niet gekozen voor een dambordmodel, want dat zou het stadsbeeld verstoren, maar wel voor rechtlijnige perspec¬tieven, waarbij het stadhuis en het station vrij staan (opening van de Avenue de la Victoire, Mail St.-Martin); de nieuwe buitenwijken die zijn ontstaan doordat de walmuren zijn afgebroken, zijn met elkaar en met het hart van de stad verbonden door ringwegen en bruggen. De huizen worden ter plaatse heropgebouwd, maar de vroegere stijl wordt aangepast om tot een grotere architectonische schoonheid te komen: volgens het bestek moet het stadhuis in 18e-eeuwse stijl worden heropgebouwd, de huizen van de Place des Armes in Vlaamse stijl. De reconstructie is ook de gelegenheid om de stad te saneren: de slachthuizen verhuizen naar de stadsrand en er wordt overwogen om een zuiveringsinstallatie en een verbrandingsoven voor huishoudelijk afval te bouwen. Om dit stedenbouwkundige plan te kunnen volgen moeten heel wat eigendommen onteigend worden en daarvoor is alleen de staat bevoegd, door de oorlogsschade over te nemen. In 1922 ondertekenen de burgemeester van Cambrai, E. Garin, en de Staat een overeenkomst (de “wet-Garin” genoemd), waarmee de burgemeester zich in de plaats kan stellen van de staat. Door deze juridische perikelen loopt de wederopbouw van Cambrai vertraging op: pas in 1923 gaan de werken van start en in 1932 wordt het stadhuis ingehuldigd.